- Je staat bij een lokale boetiek (4 planken en een dak, waar zowat alles te krijgen is, het mag alleen niet ontmoedigen dat het vanonder een laag stof en vijf dooie kakkerlakken wordt gegrabbeld) al zo'n 10 minuten op je beurt te wachten en plots stopt er een dikke Mercedes, net te jong voor een oldtimer en te deukerig voor respect. Een dame met enorme boubou of een enorme dame met boubou gooit het portier open, een geur van patchouli komt de boetiek binnenwaaien terwijl madame van achteraan in de rij haar bestelling naar de toonbank slingert. De winkelbediende laat letterlijk alles vallen waar hij voorheen op geconcentreerd was en schiet madame te hulp. En hoe durft ze dan nog eens tien minuten lang staan discussiëren over 5 centiemen.
- De zoveelste receptie waarop uit beleefdheid aan je wordt gevraagd waarom je ook al weer in Dakar bent verzeild geraakt. Van zodra het duidelijk wordt dat je er bent omwille van een werkende partner, stokt het gesprek en keren de ruggen.
- De tientallen die dagelijks aan de deurbel hangen om zeep te verkopen, garnalen te verpatsen, mijn tuin om te spitten, mijn geld te investeren, de bonne te vervangen, mijn kinderen te adopteren, verliefd zijn op het getingeling of zich ruwweg vergissen van deurbel.
- De eindeloze afspraken waarop men te laat komt, niet komt, de volgende dag komt en dat allemaal met de eeuwige glimlach en een paar onschuldige ogen.
- De met zelfmoordneigingen overladen telefoonkaartverkopers die dagelijks voor mijn auto springen om zo'n ding te verkopen want vandaag, mevrouw, is het promotion, mevrouw en u doet de koop van uw leven, mevrouw. En als ik dan uit pure ergernis wat zit te mompelen dat ik een abonnement heb, meneer, en wat ik dan wel moet met zo'n telefoonkaart, meneer, in mijn mond stoppen misschien, meneer, zouden mijn oren dan ook gaan rinkelen, meneer?
- Het hele regiment Senegalezen dat vindt zich aan mij te moeten verrijken door exuberante prijzen te vragen en verwacht dat ik dan ook nog wat zal negotiëren, alsof ik niks anders om handen heb. Ik wil de regels van dat spel maar niet snappen.
- Sven die op vrijdagavond van zijn werk komt, net één voet over de drempel heeft en met zoetgevooisde stem blèret: "Ja, sorry hoor, maar ik zal dit weekend wel nog een paar uurtjes moeten werken..."
- En laat ik het een andere keer wat uitgebreider of verkeer hebben.
Oh dierbaar België, here we come...

PS: Sven vraagt of hij daar enige frustratie smaakt.








