
Op zondag durven we al eens "de Corniche te doen". Wat weinigen nog weten, is dat "de Corniche doen" in het Senegalese woordenboek zou zijn opgenomen, ware het niet van het feit dat de route een goeie drie jaar geleden werd opengebroken, rechtgetrokken, doorgetrokken, uitgebreid tot twee baanvakken in elke rijrichting, met voetpaden voorzien, overbrugd en ondertunneld. Het hele project maakte dat de Corniche voor al te lange tijd under construction zat en dat doet een uitdrukking al eens met uitsterven bedreigen. "De Corniche doen" kwam dan ook in de vergetelheid, maar wij doen het werkwoord op zondag graag alle eer aan, net zoals de honderden die we onderweg tegenkomen, zo blijkt.

De Corniche (kustroute) is tegenwoordig een staaltje van présence. Beide rijrichtingen gescheiden door een muurtje net iets te hoog om je Landcruiser overheen te parkeren (behalve dan voor die ene die er genoegen mee nam dat zijn wagen op zijn chassis balanceerde), ronde punten, bruggen en tunnels, zo goed en zo kwaad mogelijke voetpaden langs de onmetelijke Atlantische Oceaan. Een lust voor wie van autoracen houdt, een terging voor wie destijds zijn villa met zeezicht duur betaalde. Nu zoef krijg zoef je zoefzoef er zoef gratis zoefzoefzoef bij. Opgefleurd met palmbomen, die naar we hopen ooit eens die naam waardig zullen zijn. Een adembenemend zicht op de hotels met ronkende namen (SAS Radisson) in aanbouw. De Corniche is zijn chique naam waardig. De eenzame man die sinds jaar en dag in zijn tent met zeezicht woont, kon zijn campement met drie sterren upgraden.

Wat weinigen expats zich nog kunnen herinneren, behalve anciens als ons, is dat diezelfde Corniche in zijn vroegere vorm ooit doorn in het oog van elke richting centrum rijdende gek was. Ellenlange files, zwarte rookpluimen uitlaatgassen, op moord bedachte taxichauffeurs. Ook voor mij, hoogzwanger, riep die Corniche toendertijd enkel doemscenario's op: stapvoets verkeer, rotsvaste files, bevallingen in taxi's, weeën en potholes. De Corniche, de enige weg naar het centrum en de kliniek, via het vagevuur door de hel.
Een mens zou het nu bijna aangenaam vinden om in Dakar te bevallen. Langs de vernieuwde Corniche rijd je tussen twee weeën zo de kliniek binnen. Als de nachtwacht van Clinique de la Madeleine je dan ook nog even wil ontvangen, is het helemaal hemels...
We wagen ons dus sinds kort weer aan "de Corniche doen" en daarin blijken we niet de enigen. Menigeen trekt zijn trainingspakje aan om in al dan niet hoog tempo de kustlijn af te flaneren. Working out, yeah... Op welafgemeten plekken werden wat fitnessapparatuur en trampolines neergeplant en voilà, de uitdrukking van weleer tiert welig.

Wij doen de Corniche meestal van ons huis naar zoals Pierrot het formuleert "mijn vriend meneer Hoballah". Zijn winkel als keerpunt op onze route is weloverwogen. Open op zondag kunnen we er een drankje halen om onze sportdorst te lessen en het lekkers krijg je er van meneer Hoballah zo bij. Dat betekent iets lekkers voor elke kinderhand, dat maakt vier keer lekkers. Daarom is de terugkeer meestal iets minder aangenaam. Meneer Hoballah heeft flink nagedacht over zijn tractaties: chocola voor de linkerhand en een lolly voor de rechterhand. "De Corniche doen" heeft voor ons een zeer plakkerige nasmaak.